De of het planning? Het is altijd de planning
Je typt een berichtje aan de juf of aan je schoonouders en twijfelt ineens: is het nou de planning of het planning? Het antwoord is kort: het is altijd de planning. Planning is afgeleid van het werkwoord plannen, en zelfstandige naamwoorden op -ing die van een werkwoord komen, zijn in het Nederlands zonder uitzondering de-woorden. Dus: de planning staat online, stuur je de planning even door, wie maakt de planning voor het schoolkamp?
De enige plek waar toch een het opduikt, is in samenstellingen zoals het planningsprobleem. Daar bepaalt niet planning het lidwoord, maar het laatste deel van het woord. Hieronder leg ik de regel uit, zet ik goed en fout op een rijtje en loop ik de verwante twijfelgevallen langs, van de agenda tot het rooster. Vijf minuten lezen en je hoeft er nooit meer over na te denken.
Waarom het de planning is
Planning komt van het werkwoord plannen. Voor zelfstandige naamwoorden op -ing die van een werkwoord zijn afgeleid, kent het Nederlands maar één smaak: het zijn de-woorden. De wandeling (wandelen), de verbouwing (verbouwen), de vergadering (vergaderen), de opvoeding (opvoeden). De uitgang -ing maakt het woord vrouwelijk, en vrouwelijke woorden krijgen de.
Die regel geldt net zo goed voor woorden die we uit het Engels hebben geleend. Ook daar hoor je een werkwoord in, en dus is het de training, de briefing, de marketing, de brainstorming, en ja, de planning. Het maakt niet uit dat het woord ooit Engels was; zodra het in een Nederlandse zin staat, gedraagt het zich als een Nederlands woord op -ing. Het ezelsbruggetje: hoor je er een werkwoord in, dan is het de. Er bestaat geen enkel woord op -ing dat van een werkwoord komt en toch het krijgt, dus je zit met dit bruggetje altijd goed.
Goed en fout op een rijtje
- Fout: "Het planning voor volgende week staat online." Goed: "De planning voor volgende week staat online."
- Fout: "Stuur je het planning van de zwemles even door?" Goed: "Stuur je de planning van de zwemles even door?"
- Fout: "Wij hebben deze week geen strak planning." Goed: "Wij hebben deze week geen strakke planning."
- Goed: "Onze planning loopt op woensdag altijd in de soep."
- Goed: "Wie heeft de planning van het schoolkamp gemaakt?"
- Goed: "Zonder planning wordt het niks, met een overvolle planning ook niet."
Let bij dat derde voorbeeld ook op het bijvoeglijk naamwoord: omdat planning een de-woord is, krijgt het bijvoeglijk naamwoord na een lidwoord altijd een -e. Dus een strakke planning, de nieuwe planning, een haalbare planning. Wie "een strak planning" schrijft, verraadt zich twee keer.
De uitzondering: het planningsprobleem
Eén valkuil is er wel, en die zorgt voor de meeste verwarring. In een samenstelling bepaalt het laatste deel het lidwoord, niet het eerste. Probleem is een het-woord, dus het is het planningsprobleem, ook al zit de planning erin. Zo werkt het bij elke samenstelling: het planningssysteem (want: het systeem) en het planningsoverleg (want: het overleg), maar de planningsfout (want: de fout) en de planningsafspraak (want: de afspraak). Twijfel je, dek dan het eerste deel even af en kijk alleen naar het laatste woord.
Let ook op de tussen-s: tussen planning en het tweede deel komt in deze samenstellingen een s, omdat je die in de uitspraak hoort. Planningprobleem zonder s oogt daardoor net zo slordig als het verkeerde lidwoord.
Maar het plannen is wél goed
Nog een geval dat de regel líjkt te breken, maar dat niet doet: "Het plannen van de week kost ons tien minuten." Hier is plannen geen woord op -ing, maar een heel werkwoord dat als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, en zulke werkwoorden krijgen altijd het. Vergelijk: het eten, het zwemmen, het vergaderen. Kortom: het plannen is de bezigheid, de planning is het resultaat.
In drie stappen nooit meer twijfelen
- Hoor je een werkwoord plus -ing? Plannen, trainen, vergaderen, verbouwen: dan is het altijd de. De planning, de training, de vergadering, de verbouwing.
- Is het een samenstelling? Dek het eerste deel af en kijk alleen naar het laatste woord. Het probleem, dus het planningsprobleem; de fout, dus de planningsfout.
- Nog steeds twijfel? Kies dan een synoniem waarvan je het lidwoord zeker weet, zoals het schema of het overzicht, of zoek het woord even op in Van Dale. Trap niet in het verkleinwoord-trucje: verkleinwoorden zijn altijd het (het planninkje, het agendaatje), dus daar leid je het lidwoord van het gewone woord niet uit af.
Verwante twijfelgevallen: de agenda, het rooster
Wie over de gezinsplanning schrijft, komt nog een handvol woorden tegen waar hetzelfde getwijfel op de loer ligt. Opvallend genoeg zit er geen systeem in: agenda en kalender zijn de-woorden, rooster en schema juist het-woorden. Dit rijtje is dus gewoon onthouden, of terugzoeken in de tabel hieronder.
| Woord | De of het | Voorbeeldzin |
|---|---|---|
| agenda | de | De agenda van het gezin staat op beide telefoons. |
| kalender | de | De kalender hing vroeger naast de koelkast. |
| rooster | het | Het rooster van school verandert na de vakantie. |
| schema | het | Het schema van de zwemtrainingen is aangepast. |
| afspraak | de | De afspraak bij de tandarts is verzet naar dinsdag. |
| overzicht | het | Het overzicht van de week bekijken we op zondag. |
| routine | de | De routine van het naar bed brengen ligt vast. |
| weekmenu | het | Het weekmenu bepaalt wat er op het boodschappenlijstje komt. |
Is planning eigenlijk wel goed Nederlands?
Ja. Planning is een leenwoord uit het Engels, maar het is al tientallen jaren ingeburgerd en staat gewoon in Van Dale. Je hoeft het dus niet krampachtig te vermijden. Interessant is wel dat het woord in het Nederlands breder is geworden dan in het Engels: daar is planning vooral de bezigheid, bij ons is het ook het resultaat, het overzicht zelf. "De planning hangt op de koelkast" is voor een Engelsman een vreemde zin, voor ons volstrekt normaal. Wil je variatie in een tekst, dan kun je afwisselen met het plan, het tijdschema of het rooster; let er dan wel op dat die drie het-woorden zijn. En het meervoud? Dat is planningen, met een Nederlandse uitgang. De Engelse vorm plannings is fout: "de planningen van beide scholen lopen niet gelijk".
Mannelijk of vrouwelijk: die planning of deze planning?
Planning is formeel een vrouwelijk woord, zoals alle afleidingen op -ing. Wie heel netjes schrijft, verwijst dus met zij of haar: "De planning is af; zij wordt vrijdag verstuurd." Dat voelt in gewone taal al snel stijf, en gelukkig hoeft het ook niet: met die en deze zit je altijd goed, en die gebruikt vrijwel iedereen. "Die planning klopt niet meer" en "deze planning is haalbaar" zijn allebei prima Nederlands. Alleen hij is bij een vrouwelijk woord formeel gezien onjuist, al zal niemand erover vallen in een appje.
En dan nu de planning zelf
Taalkundig zit je vanaf nu goed. Blijft over: een planning maken die je gezin ook echt haalt. Hoe je die opbouwt, van doelen naar blokken naar een week die klopt, lees je in het artikel over een goede planning maken. De grootste winst voor gezinnen zit in één vast moment per week; hoe dat kwartier op zondag werkt, staat in de gids over de weekplanning voor je gezin. Zorg daarnaast dat de planning op één plek staat die iedereen ziet, in een gedeelde agenda met een eigen kleur per gezinslid, en niet in één hoofd; waarom dat ene hoofd anders overloopt, lees je in het artikel over mentale belasting in het gezin. Maak toevoegen ten slotte makkelijk: een afspraak inspreken ("vrijdag 15:00 zwemles") gaat sneller dan een formulier invullen. En zakt het bijhouden daarna alsnog weg, dan ligt dat zelden aan discipline; een ochtendbriefing die elke dag vanzelf vertelt wat er speelt, werkt beter dan goede voornemens.

De planning, met voor elk gezinslid een eigen kleur.
Veelgestelde vragen
Is het de of het planning?
Het is de planning. Woorden op -ing die van een werkwoord zijn afgeleid, zijn in het Nederlands altijd de-woorden, ook als ze uit het Engels komen. Vergelijk: de training, de briefing, de vergadering.
Waarom is het dan wél het planningsprobleem?
In een samenstelling bepaalt het laatste deel het lidwoord. Probleem is een het-woord, dus het planningsprobleem. Maar: de planningsfout, want fout is een de-woord.
Wat is het meervoud van planning?
Planningen. Bijvoorbeeld: de planningen van beide scholen lopen niet gelijk. De Engelse vorm plannings is in het Nederlands fout.
Is planning mannelijk of vrouwelijk?
Vrouwelijk. Afleidingen op -ing zijn vrouwelijke woorden, dus formeel verwijs je met zij of haar. In de praktijk zegt vrijwel iedereen die planning, en dat is ook gewoon goed.
Is het de of het agenda?
De agenda. Ook kalender is een de-woord: de kalender. Rooster en schema zijn juist het-woorden: het rooster, het schema. Daar zit geen logica achter, dat is gewoon onthouden.
Is planning eigenlijk goed Nederlands?
Ja. Planning is een leenwoord uit het Engels, maar het is al tientallen jaren ingeburgerd en staat gewoon in Van Dale. Wil je variatie, dan kun je ook plan, tijdschema of rooster gebruiken.
Van goed lidwoord naar goede planning
Eén gedeelde agenda voor het hele gezin, met een eigen kleur per persoon, spraak-invoer en een zondagse vooruitblik. Eén keer 4,99 euro, tot 8 personen, geen abonnement.
Bekijk samen delenVerder lezen: een goede planning maken · de weekplanning voor je gezin · moeite met plannen: zo leer je het